Er gaat weinig boven een plank vol zelfgemaakte potten. Appelmoes, kersen, peren op sap: het ziet er goed uit, het smaakt naar de zomer en het blijft maanden goed zonder koelkast. Voor je noodvoorraad is dat precies wat je zoekt.
Wecken heeft wel een keerzijde. In een afgesloten pot zonder zuurstof kan de bacterie groeien die botulisme veroorzaakt, een zeldzame maar gevaarlijke voedselvergiftiging. Daarom raadt het Voedingscentrum af om zelf groente, vlees of soep te wecken. Fruit is de uitzondering: dat bevat genoeg zuur om die bacterie tegen te houden. In dit artikel lees je hoe je fruit veilig weckt, stap voor stap.
Lees in voedsel conserveren voor een noodsituatie welke andere methodes er zijn en welke je beter niet zelf doet.
Waarom fruit wel veilig is
Of iets veilig te wecken is, hangt af van hoe zuur het is. In zure producten kan de botulismebacterie niet groeien. De meeste fruitsoorten zijn zuur genoeg: appels, peren, kersen, pruimen, abrikozen, perziken, rabarber, bessen, bramen, frambozen en aardbeien.
Een paar soorten zijn net niet zuur genoeg. Weck die alleen met extra citroensap volgens een getest recept, of kies een andere methode zoals invriezen of jam:
- Tomaten. Die horen botanisch bij het fruit, maar zijn niet altijd zuur genoeg.
- Meloen, vijgen, banaan en Aziatische peren.
Twijfel je over een recept? Het Amerikaanse National Center for Home Food Preservation heeft getest advies over welke producten hoeveel zuur nodig hebben.
Wat heb je nodig
- Weckpotten met glazen deksel, rubberen ring en klemmen, of glazen potten met een schroefdeksel die vacuüm trekt.
- Nieuwe rubberen ringen. Oude ringen worden hard en sluiten slechter af.
- Een weckketel of een grote, hoge pan, met een rooster of een opgevouwen theedoek op de bodem zodat de potten niet direct op de hete bodem staan.
- Een thermometer, als je pan geen thermostaat heeft.
- Een trechter, een pollepel en een schone theedoek.
- Een glastang, of een stevige ovenwant om hete potten uit het water te halen.
Wecken in de oven of de vaatwasser wordt afgeraden. De temperatuur is daarin te ongelijk om op te vertrouwen.
Stap voor stap
- Kies goed fruit. Rijp maar stevig, zonder plekken of schimmel. Was het, en verwijder steeltjes, pitten en klokhuizen.
- Maak de potten schoon. Kook potten, deksels en ringen 10 minuten uit in water, of was ze heet af en spoel ze na met kokend water.
- Maak het vocht klaar. Je kunt fruit wecken in eigen sap, in water of in suikersiroop. De suiker is voor smaak en stevigheid, niet voor de veiligheid. Voor een lichte siroop los je ongeveer 250 gram suiker op in 1 liter water.
- Vul de potten. Doe het fruit in de potten en giet het vocht erover tot het fruit net onder staat. Laat ongeveer 2 cm ruimte onder de rand. Tik de pot even op tafel zodat luchtbelletjes ontsnappen.
- Maak de rand schoon. Een kruimel of druppel op de rand kan ervoor zorgen dat de pot niet goed afsluit.
- Sluit de potten. Leg de ring en het glazen deksel erop en zet de klemmen vast, of draai het schroefdeksel stevig dicht.
- Zet ze in het water. Zet de potten rechtop in de pan, zonder dat ze elkaar raken. Het water moet minstens tot drie kwart van de hoogte van de potten komen, en liefst erboven. Begin met water van ongeveer dezelfde temperatuur als de inhoud, zodat het glas niet knapt.
- Verwarm en houd de tijd aan. Breng het water op temperatuur en zet pas dan de kookwekker. Als richtlijn weck je de meeste fruitsoorten 25 tot 30 minuten op 80 tot 90 graden. Zacht fruit zoals aardbeien op de lagere temperatuur, stevig fruit zoals appel en peer op de hogere. Houd de exacte tijden aan uit de handleiding van je weckketel of een betrouwbaar receptenboek.
- Laat afkoelen. Haal de potten uit het water en zet ze op een theedoek, uit de tocht. Laat ze zeker 12 uur ongestoord afkoelen.
- Controleer of het gelukt is. Haal de klemmen eraf en til de pot voorzichtig aan het glazen deksel op. Blijft het deksel vastzitten, dan is de pot vacuüm. Bij een schroefdeksel mag het midden niet meer op en neer bewegen. Is een pot niet goed afgesloten, zet hem dan in de koelkast en eet hem binnen een paar dagen op.
Recept om mee te beginnen: appelmoes
Appelmoes lukt bijna altijd en is een goede eerste keer.
- Ingrediënten: 2 kilo appels (bijvoorbeeld Goudrenet of Elstar), een scheutje water, eventueel een snufje kaneel en suiker naar smaak.
- Bereiding: schil de appels, verwijder de klokhuizen en snijd ze in stukken. Kook ze met een bodempje water zacht in ongeveer 15 minuten en roer of pureer ze tot moes. Voeg naar smaak suiker en kaneel toe.
- Wecken: schep de hete appelmoes in de potten, laat 2 cm ruimte, sluit ze af en weck ze ongeveer 30 minuten op 90 graden.
Dit levert ongeveer vier potten van een halve liter op.
Bewaren en gebruiken
- Zet de datum en de inhoud op elke pot.
- Bewaar koel, droog en donker. Een kelder, schuur of kast tegen een koele muur is ideaal. Zo blijft het fruit ongeveer een jaar goed. Daarna is het vaak nog veilig, maar wordt de smaak en kleur minder.
- Eet het oudste eerst. Zet nieuwe potten achteraan.
- Na openen: bewaar de pot in de koelkast en eet hem binnen een paar dagen op.
In een noodsituatie is geweckt fruit goud waard. Je hebt geen koelkast nodig, het geeft variatie, vitamines en wat zoets in een week vol crackers en blikken. Lekker door de havermout, bij een pannenkoek of gewoon zo uit de pot. Ook bij stroomuitval blijft het gewoon goed.
Wanneer gooi je een pot weg
Gooi een pot weg, zonder te proeven, als:
- de deksel los zit, bol staat of je hem zonder moeite kunt optillen;
- het sist, bruist of spuit als je de pot opent;
- je opstijgende belletjes ziet in een gesloten pot;
- de inhoud troebel, slijmerig of verkleurd is;
- je schimmel ziet of het gistend of vreemd ruikt.
Bij twijfel: weggooien. Een pot fruit kost weinig, een voedselvergiftiging veel meer.
Wat je níet weckt
Zelf groente, vlees, vis, soep of saus wecken raadt het Voedingscentrum af. Vries die liever in, fermenteer groente of koop ze in blik of pot. Meer daarover lees je in voedsel conserveren voor een noodsituatie en in het magische proces van fermentatie.
In Als de sirene gaat! lees je in hoofdstuk 6 alles over eten en drinken in een noodsituatie. In bijlage 2 houd je de houdbaarheid van je voorraad bij, ook van je eigen potten.

