Zondagochtend 5 juli 2026, half twaalf. In Tilburg en omgeving valt bij zo’n 18.000 huishoudens en bedrijven plotseling de stroom uit. Geen storm, geen kabelbreuk door een graafmachine. Netbeheerder Enexis trok zelf de stekker eruit, omdat de meetapparatuur een gevaarlijke overbelasting van het net liet zien. Het was de eerste keer in Nederland dat een netbeheerder op deze schaal gecontroleerd klanten afschakelde om erger te voorkomen.

Achteraf bleek er een meetfout in het spel: apparatuur die na onderhoud was teruggevallen naar de fabrieksinstellingen. Toch blijft de kern van het verhaal overeind. Ons stroomnet zit zo vol dat netbeheerders er serieus rekening mee houden dat ze wijken moeten afschakelen. En Tilburg heeft gemerkt hoe dat voelt: binnen enkele minuten geen licht, geen wifi, geen pinbetalingen, geen elektrisch fornuis. De meeste mensen hadden na zeventien minuten weer stroom. Maar wat als het zeventien uur was geweest?

Wat is netcongestie eigenlijk?

Netcongestie betekent letterlijk file op het stroomnet. Het elektriciteitsnet is een stelsel van kabels en transformatorstations dat stroom vervoert van producenten naar gebruikers, en net als een snelweg heeft dat net een maximale capaciteit. Moet er op een bepaald moment meer stroom doorheen dan de kabels aankunnen, dan ontstaat er een file. Met dit verschil: een overbelaste stroomkabel staat niet stil, maar raakt oververhit en gaat kapot.

Die file ontstaat aan twee kanten tegelijk. We gebruiken massaal meer stroom door warmtepompen, elektrische auto’s, datacenters en nieuwe woonwijken. Tegelijk leveren miljoenen zonnepanelen op zonnige middagen allemaal tegelijk terug aan het net. Daar is het net simpelweg nooit op gebouwd. Er wordt volop uitgebreid — netbeheerders investeren vanaf 2026 jaarlijks zo’n 8 miljard euro — maar het aanleggen van nieuwe stations en kabels duurt jaren.

Hoe vol is het net? De stand van 2026

Wie denkt dat netcongestie een abstract probleem is voor grote bedrijven, heeft de afgelopen maanden iets gemist. In februari 2026 waarschuwde landelijk netbeheerder TenneT dat het stroomnet in Flevoland, Gelderland en Utrecht zijn absolute grens heeft bereikt. Sinds 1 juli 2026 geldt in die regio zelfs een aansluitstop voor kleinverbruikers: nieuwe of zwaardere aansluitingen voor woningen zijn daar niet meer zomaar mogelijk. Wachtlijsten waren jarenlang iets voor bedrijven, nu raken ze ook huishoudens. De ACM heeft sinds 1 januari 2026 in een prioriteringskader vastgelegd wie het eerst wordt aangesloten, waarbij ziekenhuizen, brandweer, scholen en woningen voorrang krijgen. In steeds meer wijken schakelen omvormers van zonnepanelen op zonnige dagen automatisch af omdat het lokale net de teruglevering niet aankan. En op 5 juli werd dus voor het eerst preventief een deel van een stad afgeschakeld.

Netbeheer Nederland becijferde dat netcongestie de economie jaarlijks 10 tot 35 miljard euro kost. Voor jou als huishouden is de belangrijkere vraag natuurlijk wat dit betekent voor de betrouwbaarheid van het stopcontact.

Van vol net naar donker huis

Eerst het nuchtere deel: het Nederlandse stroomnet behoort nog altijd tot de betrouwbaarste ter wereld. Een gemiddeld huishouden heeft hooguit een of twee korte stroomstoringen per jaar, meestal door graafschade of een technisch defect. Reden voor paniek is er dus niet.

De marges worden alleen wel kleiner. Een net dat structureel tegen zijn maximum aan draait, heeft weinig reserve om klappen op te vangen. Valt er op een piekmoment een transformator of kabel uit, dan is er minder ruimte om stroom om te leiden en duurt herstel langer.

Daar komt bij dat afschakelen officieel gereedschap is geworden. Tilburg liet zien dat netbeheerders bereid en in staat zijn om wijken gecontroleerd van het net te halen als overbelasting dreigt. Op zich verstandig beleid, want een onderbreking van twintig minuten is te verkiezen boven een doorgebrande transformator die dagen herstel kost. Het betekent alleen wel dat stroomuitval niet langer per definitie een ongeluk is. Het kan ook een keuze zijn, en die keuze treft jou zonder waarschuwing.

En intussen groeit onze afhankelijkheid harder dan het net. Juist de huishoudens die het braafst verduurzamen — met warmtepomp, inductiekookplaat en elektrische auto — staan bij een stroomstoring volledig stil. Een huis met gasaansluiting kwam in 2015 een storing nog redelijk door. Een all-electric woning in 2026 heeft dan geen verwarming, geen kookmogelijkheid en geen vervoer meer.

Wat merk je thuis van een stroomstoring?

De eerste minuten zijn vooral onhandig. Het licht valt uit, de router is dood, de televisie zwijgt. Daarna wordt het serieuzer. Je mobiel heeft nog bereik zolang de zendmasten op hun noodaccu draaien, maar die houden het vaak maar enkele uren vol. Pinnen en contactloos betalen werken niet meer en de supermarkt om de hoek sluit de deuren, omdat kassa’s en koelingen uitvallen. Elektrisch koken kan niet — met een beetje voorbereiding kun je overigens ook zonder stroom koken en zelfs brood bakken — de warmtepomp of cv-ketel slaat af (ook een gasketel heeft stroom nodig voor de pomp en ontsteking) en in de winter koelt je huis binnen enkele uren merkbaar af. De koelkast houdt het zo’n vier tot zes uur vol, een dichte vriezer ongeveer een etmaal. Woon je in een flat, dan doen ook de lift en soms de waterdruk op de bovenste verdiepingen het niet meer.

Een stroomstoring van een paar uur is dus vervelend, eentje van een dag of langer is ontwrichtend. Precies daarom loont het om je erop voor te bereiden.

Zo bereid je je voor op stroomuitval

Voorbereiden op stroomuitval hoeft niet duur of ingewikkeld te zijn. De basis is een noodpakket waarmee je huishouden 72 uur vooruit kan, in lijn met het advies van de Rijksoverheid. Zorg in elk geval voor:

  • zaklampen of hoofdlampjes met reservebatterijen (kaarsen liever niet, die veroorzaken jaarlijks woningbranden)
  • een radio op batterijen of met opwindmechanisme, voor de calamiteitenzender als internet en mobiel netwerk wegvallen — weet ook welke noodkanalen en frequenties er in jouw regio zijn
  • volle powerbanks voor telefoons
  • dekens, warme kleding en eventueel een slaapzak per gezinslid
  • houdbaar voedsel dat je zonder koken kunt eten; wil je een grotere voorraad opbouwen, kijk dan naar voedsel veilig en langdurig bewaren
  • drinkwater, reken op drie liter per persoon per dag
  • een campinggasstel met reservegas, voor gebruik op een veilige en geventileerde plek
  • contant geld, want als pinnen uitvalt is cash het enige betaalmiddel dat blijft werken
  • een kleine reservevoorraad van essentiële medicijnen en een EHBO-set

Loop daarnaast een keer bewust door je huis met de vraag wat er straks allemaal niet meer werkt. Weet waar je meterkast zit, spreek met je gezin af wat jullie doen als de stroom ’s avonds uitvalt en bedenk vooraf hoe je kwetsbare buren of familieleden checkt. Wil je ook bereikbaar blijven als het mobiele netwerk platligt, kijk dan eens naar communiceren zonder internet via Meshtastic. Ben je thuis afhankelijk van medische apparatuur, bespreek dat dan nu al met je zorgverlener en netbeheerder.

Voorbereid zijn is gewoon gezond verstand

Netcongestie gaat de komende jaren niet weg. De netbeheerders bouwen zo hard als ze kunnen, maar tot het net is uitgebreid leven we met een elektriciteitsvoorziening die tegen haar grenzen aan draait, en met de reële mogelijkheid dat afschakelen vaker als noodrem wordt gebruikt. De overheid zegt het inmiddels zelf: zorg dat je huishouden 72 uur zonder hulp vooruit kan.

Wil je stap voor stap regelen dat jouw gezin voorbereid is op stroomuitval en andere noodsituaties, van wateroverlast tot een NL-Alert waar je direct naar moet handelen? In het handboek Als de sirene gaat! vind je per scenario concrete checklists, invulbladen en nuchtere uitleg. Zodat jij, als het licht uitgaat, precies weet wat je te doen staat.

Bronnen: TenneT, Enexis, NOS, Netbeheer Nederland, ACM, Rijksoverheid (juli 2026).